ECLI:NL:RBDHA:2018:11751
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis Eritrese echtgenote wegens onvoldoende bewijs identiteit
Eiseres, een Eritrese vrouw die in Soedan verblijft, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij haar echtgenoot die een verblijfsvergunning asiel heeft. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat eiseres geen officiële documenten kon overleggen die haar identiteit en gezinsband met de referent aannemelijk maakten.
Eiseres overhandigde een kerkelijke huwelijksakte en een kopie van een Soedanese identiteitskaart, maar het Bureau Documenten concludeerde dat de huwelijksakte waarschijnlijk vals was en de identiteitskaart niet als substantieel bewijs kon worden aangemerkt. Eiseres stelde bewijsnood te hebben omdat zij geen officiële documenten kon verkrijgen, maar de rechtbank vond dat zij dit niet aannemelijk had gemaakt met een persoonsgerichte verklaring.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het bezwaar ongegrond had verklaard en dat er geen hoorplicht was geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf nareis is ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit en gezinsband.