ECLI:NL:RVS:2017:3362
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.P. Vermeulen
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matiging boete voor overtredingen Arbeidsomstandighedenbesluit inzake asbestverwijdering
Op 22 september 2014 voerde [wederpartij] werkzaamheden uit in een gebouw te Velp, waarbij een oud rookkanaal met asbesthoudend materiaal werd verwijderd en in een afvalcontainer geplaatst zonder voorafgaand nader onderzoek af te wachten. De minister legde hiervoor een boete van €126.000 op wegens acht overtredingen van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant matigde deze boete tot €63.000 omdat slechts één feitelijke gedraging aan de overtredingen ten grondslag lag en [wederpartij] na ontdekking van het asbesthoudend materiaal passende maatregelen had getroffen. De minister stelde hoger beroep in tegen deze matiging.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de boete passend en geboden is gematigd. De genomen maatregelen na constatering van asbest waren adequaat en in overeenstemming met het Arbobesluit. Tevens is het cumuleren van boetes voor meerdere overtredingen gerechtvaardigd, maar matiging is passend vanwege de samenhang en ernst van de feitelijke gedraging.
De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en betaling van griffierecht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de matiging van de boete tot €63.000 en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.