ECLI:NL:RVS:2017:2870
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening ongeldigverklaring rijbewijs en oplegging alcoholslotprogramma
Bij besluit van 28 augustus 2013 heeft het CBR het rijbewijs van appellant ongeldig verklaard en hem verplicht deel te nemen aan een alcoholslotprogramma (asp). Appellant verzocht in 2016 om herziening van dit besluit, maar het CBR wees dit af wegens het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat een eerdere uitspraak van de Afdeling van 4 maart 2015, waarin artikel 17 van Pro de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 onverbindend werd verklaard, als nieuw feit of veranderde omstandigheid moet worden aangemerkt. Tevens stelde hij dat de oplegging van het asp in zijn situatie onevenredige gevolgen heeft en dat het CBR onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder het verlies van zijn baan en financiële problemen.
De Afdeling overwoog dat de onverbindendverklaring van artikel 17 geen Pro nieuw feit of omstandigheid vormt en dat de gewijzigde regeling niet van toepassing is op besluiten die reeds onherroepelijk waren. Verder oordeelde de Afdeling dat appellant zijn bezwaren tegen het oorspronkelijke besluit niet tijdig heeft ingebracht en dat de persoonlijke omstandigheden geen nieuw feit of omstandigheid zijn. Het CBR mocht het verzoek om herziening afwijzen, tenzij het besluit evident onredelijk was, wat niet aannemelijk is gebleken.
De Afdeling concludeerde dat de rechtbank het beroep terecht ongegrond heeft verklaard en bevestigde de uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.