ECLI:NL:CBB:2018:146
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- H.O. Kerkmeester
- G.A.J. van den Hurk
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verzoek herziening ambtshalve heffing vakheffing bloembollen 2009
Appellante, een tulpenkwekerij, was verplicht aangesloten bij het Productschap Tuinbouw dat heffingen kon opleggen. Zij kreeg een ambtshalve heffing opgelegd wegens het niet indienen van een aangifteformulier over oogstjaar 2009. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard. Na een eerdere uitspraak van het College waarin werd geoordeeld dat de heffing onrechtmatig was opgelegd, verzocht appellante alsnog om een aangifteformulier om de ambtshalve heffing om te zetten in een normale aangifte. Dit verzoek werd door de minister afgewezen op grond van het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.
Appellante voerde aan dat de formele rechtskracht van het besluit niet absoluut is en dat de minister bevoegd is om terug te komen op het besluit. Zij verwees naar eerdere jurisprudentie en een gesprek met de gemachtigde van de minister. De minister stelde dat het besluit onherroepelijk is en dat de aangevoerde jurisprudentie geen nieuw feit vormt. Het College overwoog dat het bestuursorgaan in beginsel bevoegd is om een herhaalde aanvraag te behandelen, maar dat de minister in dit geval terecht het verzoek afwees omdat geen nieuw feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
Het College concludeerde dat appellante geen nieuw feiten of omstandigheden had aangevoerd en dat de minister niet onredelijk had gehandeld. Ook was geen toezegging gedaan die appellante mocht vertrouwen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar verzoek tot herziening van de ambtshalve heffing wordt ongegrond verklaard.