ECLI:NL:RVS:2015:622
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring regeling alcoholslotprogramma wegens onevenredige gevolgen
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig en legde hem een alcoholslotprogramma (asp) op na constatering van een ademalcoholgehalte van 580 µg/l. Appellant maakte bezwaar, dat door het CBR en de rechtbank werd afgewezen. Zowel het CBR als appellant stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling onderzocht de wettelijke grondslagen en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011, waarin de voorwaarden voor oplegging van een asp zijn vastgelegd. De Afdeling constateerde dat de Regeling geen ruimte laat voor individuele belangenafwegingen, terwijl in de praktijk het opleggen van een asp voor veel bestuurders, zoals automonteurs die voor hun werk meerdere voertuigen moeten besturen, onevenredige en ingrijpende gevolgen heeft. De kosten van deelname aan het asp zijn bovendien aanzienlijk hoger dan bij de totstandkoming van de Regeling voorzien.
De Afdeling oordeelde dat artikel 17 van Pro de Regeling in strijd is met het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het opleggen van het asp in veel gevallen onevenredig uitwerkt zonder mogelijkheid tot maatwerk. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van appellant gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg het CBR op een nieuw besluit te nemen. Het hoger beroep van het CBR werd ongegrond verklaard. Tevens werd het besluit van 15 november 2012 geschorst en het CBR veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het CBR tot oplegging van het alcoholslotprogramma is vernietigd wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel; het CBR moet een nieuw besluit nemen.