ECLI:NL:RVS:2017:1507
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van boetebesluit ondanks EU-rechtelijke bezwaren inzake tewerkstellingsvergunningen
Appellante verzocht herziening van een boetebesluit uit 2010, opgelegd wegens het inzetten van vreemdelingen zonder Nederlandse tewerkstellingsvergunning. De minister wees het verzoek af, waarna ook bezwaar en beroep bij de rechtbank werden afgewezen. Appellante stelde dat recente arresten van het Hof van Justitie van de EU (zoals het arrest [bedrijf A]) de rechtsgrond van het boetebesluit ondermijnen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het arrest Kühne & Heitz, dat voorwaarden stelt voor heroverweging van definitieve besluiten, niet is vervuld omdat appellante niet tot de hoogste rechter is doorgeprocedeerd. Ook het arrest Arcor, dat in Duitsland een plicht tot intrekking van onrechtmatige besluiten impliceert, is niet van toepassing op het Nederlandse bestuursrecht. De Afdeling bevestigt dat rechterlijke uitspraken geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormen die heroverweging rechtvaardigen.
Verder is geoordeeld dat het arrest Byankov, waarin een voortdurende belemmering van vrijheden werd vastgesteld, niet vergelijkbaar is met de situatie van appellante. De minister heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en terecht geconcludeerd dat geen nieuw gebleken feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die herziening rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het boetebesluit wordt bevestigd.