Uitspraak
201012777/1/V6), de arresten Commissie tegen Luxemburg en Commissie tegen Oostenrijk, evenals voorliggende zaak, betrekking hebben op de situatie waarin een in een lidstaat gevestigde onderneming onderdanen van een derde land ter beschikking stelde voor het verrichten van diensten in een andere lidstaat, dient uit de onder 4 weergegeven beantwoording van de eerste vraag in het arrest Vicoplus te worden afgeleid dat de artikelen 56 en 57 van het VWEU zich er evenmin tegen verzetten dat een lidstaat vereist dat voor de terbeschikkingstelling in de zin van artikel 1, derde lid, sub c, van de richtlijn, op zijn grondgebied van werknemers die afkomstig zijn uit een derde land, een tewerkstellingsvergunning wordt verkregen.
201002877/1/V6, hierna: de uitspraak van 2 februari 2011) mist het ruime werkgeversbegrip van de Wav 1994, op grond waarvan zij als opdrachtgever vergunningplichtig is ten aanzien van de Turkse vreemdelingen, in dit geval toepassing en is zij in zoverre ten onrechte beboet, aldus [appellante].
200806533/1/V3). Dit laat onverlet dat met artikel 6 en Pro artikel 13 wordt Pro beoogd dezelfde, hiervoor weergegeven doelstelling van Besluit nr. 1/80 te verwezenlijken, te weten de geleidelijke invoering van het vrij verkeer van werknemers. Nu het Hof heeft vastgesteld dat Turkse onderdanen aan artikel 6 van Pro Besluit nr. 1/80 slechts rechten kunnen ontlenen in de lidstaat van ontvangst, zou hetzelfde kunnen gelden voor de standstill-bepaling van artikel 13 van Pro Besluit nr. 1/80.