ECLI:NL:RVS:2016:3057
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- S.F.M. Wortmann
- W. Sorgdrager
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over milieueffectrapport voor mestverwerkingsinstallatie in Noord-Brabant
De coöperatie MACE wil een omgevingsvergunning voor een mestverwerkingsinstallatie met een capaciteit van 500.000 ton ruwe drijfmest per jaar. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant besloot dat MACE een milieueffectrapport (MER) moet opstellen. MACE betwist dat de installatie onder de relevante categorie van het Besluit mer valt en dat belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Een andere appellant maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht om partij te worden in de procedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college terecht de mest als afvalstof kwalificeerde, omdat de veehouders zich van de mest moeten ontdoen en er sprake is van een last. Het college heeft echter onvoldoende gemotiveerd waarom belangrijke nadelige milieugevolgen optreden die een MER vereisen. De risico’s van zoönosen zijn niet onderbouwd met algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten, het energieverbruik is niet toereikend gemotiveerd als reden voor een MER en de verkeersimpact is adequaat onderzocht zonder aanwijzingen voor belangrijke nadelige gevolgen.
De Afdeling wijst erop dat maatschappelijke onrust geen reden is voor het opleggen van een MER. Daarom beveelt de Afdeling het college aan binnen acht weken het gebrek in de motivering te herstellen door een nieuwe, voldoende gemotiveerde beslissing te nemen of te besluiten dat geen MER nodig is. De procedure wordt voortgezet en in de einduitspraak zal ook over de proceskosten worden beslist.
Uitkomst: Het college moet binnen acht weken het gebrek in de motivering over de noodzaak van een milieueffectrapport herstellen of een nieuw besluit nemen.