ECLI:NL:RVS:2016:2440
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde bij besluit van 20 januari 2014 het verblijfsrecht van de vreemdeling als gemeenschapsonderdaan te hebben beëindigd. De vreemdeling, Belgisch staatsburger, woonde sinds juni 2013 met haar minderjarige zoon in Nederland en ontving een bijstandsuitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling als gemeenschapsonderdaan rechtmatig verblijf had en dat de rechtbank zich niet had beperkt tot het bestreden besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank zich inderdaad niet had beperkt tot de beoordeling van het besluit van 26 juni 2014 en dat de vraag of de vreemdeling rechtmatig verblijf ontleent aan het Verdrag of de Overeenkomst niet aan de orde was.
Verder oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris zich voldoende had gemotiveerd en dat de vreemdeling een onredelijke belasting voor de algemene middelen vormde. De bezwaren van de vreemdeling inzake artikel 8 EVRM Pro en het Handvest faalden eveneens. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.