ECLI:NL:RBDHA:2021:16116
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsaanvraag EU wegens schijnrelatie met Belgische partner
Eiseres, een vrouw van Ghanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument EU op grond van haar relatie met een Belgische partner. De staatssecretaris wees de aanvraag af vanwege indicaties van een schijnrelatie. Tijdens een hoorzitting werden tegenstrijdige en ongeloofwaardige verklaringen vastgesteld over essentiële aspecten van hun relatie, waaronder de eerste ontmoeting, contactfrequentie en samenwoning.
Daarnaast kwam aan het licht dat de partner nog getrouwd was met een andere vrouw voor wie hij garant stond in het Verenigd Koninkrijk, hetgeen afbreuk deed aan de geloofwaardigheid van de relatie. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht meer gewicht gaf aan deze tegenstrijdigheden dan aan de door eiseres overgelegde getuigenverklaringen en foto’s.
Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat de afgifte van een verblijfsdocument EU slechts het rechtmatig verblijf bevestigt en geen zelfstandige grond voor verblijf biedt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het verblijfsdocument EU wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.