ECLI:NL:RVS:2016:2279
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geldigheid verblijfsvergunning Griekenland bij asielaanvraag en toetsing niet-ontvankelijkheid
De staatssecretaris verklaarde een asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk op grond van het Eurodac-onderzoek waaruit bleek dat Griekenland internationale bescherming had verleend. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris had moeten nagaan of de verblijfsvergunning nog geldig was en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat het Eurodac-systeem actueel en betrouwbaar is en dat Griekenland verplicht is wijzigingen in de verblijfsstatus te melden. De Raad van State stelde vast dat het tijdsverloop tussen Eurodac-onderzoek en besluit beperkt was en dat de staatssecretaris terecht mocht uitgaan van de geldigheid van de vergunning.
Verder oordeelde de Raad dat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling na terugkeer in Griekenland bescherming kan verwachten, ondanks bezwaren over de asielprocedure aldaar en familiebanden in Nederland. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 14 maart 2016 wordt ongegrond verklaard.