ECLI:NL:RBDHA:2017:16310
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: aanvraag verblijfsvergunning asiel afgewezen wegens internationale bescherming in Polen
Eiseres, een Russische burger, diende op 4 augustus 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiseres reeds internationale bescherming geniet in Polen. De rechtbank hield op 30 november 2017 een zitting waarin partijen zich lieten vertegenwoordigen.
Eiseres voerde aan dat terugkeer naar Polen een reëel risico op ernstige schade inhoudt, met name vanwege ontoereikende medische zorg en financiële belemmeringen die haar toegang tot noodzakelijke medicatie verhinderen. Tevens verwees zij naar politieke ontwikkelingen in Polen die de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht ondermijnen, wat volgens haar de bescherming in Polen onvoldoende maakt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Polen haar niet de noodzakelijke medische zorg kan of wil bieden. De stellingen over discriminatie van statushouders in Polen werden niet onderbouwd. Ook het arrest Paposhvili is niet van toepassing omdat het hier niet gaat om uitzetting naar het land van herkomst, maar om overdracht aan een lidstaat waar bescherming is verleend.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 12 december 2017 door rechter M.Z.B. Sterk in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk verklaard vanwege internationale bescherming in Polen.