ECLI:NL:RBDHA:2017:2560
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens bescherming in Griekenland
Eiser, een Syrische nationaliteit bezittende persoon, diende op 13 februari 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van het feit dat eiser internationale bescherming geniet in Griekenland en van hem kan worden verwacht daar terug te keren.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel degelijk belang had bij de procedure en behandelde het beroep inhoudelijk. Uit onderzoek bleek dat eiser nog in het bezit was van een geldige verblijfsvergunning in Griekenland, wat voldoende actueel werd geacht om de registratie in het Eurodac-systeem als juist aan te nemen.
Eiser stelde dat hij bedreigd werd door de Shabiha-militie in Griekenland en dat hij niet adequaat beschermd kon worden, maar de rechtbank vond dat hij zich tot de Griekse autoriteiten kon wenden voor bescherming. Daarnaast kon eiser zich niet beroepen op slechte opvangomstandigheden omdat hij geen asielzoeker meer was.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat de verwijdering uit het asielzoekerscentrum en het ontbreken van een gefaciliteerde overdracht niet binnen het kader van dit beroep vielen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.