Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaar van de gemeente Wageningen(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zij op 13 juli 2016 om 10.40 uur geparkeerd stond zonder te betalen. Hoewel zij drie minuten later via een app alsnog parkeergeld betaalde, vond de heffingsambtenaar dit te laat en legde de naheffingsaanslag op.
Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat de heffingsambtenaar de hoorplicht had geschonden door haar niet te horen voordat de uitspraak op bezwaar werd gedaan. Het hof stelde vast dat de brief waarin belanghebbende werd uitgenodigd tot nadere reactie niet aannemelijk was verzonden, waardoor de hoorplicht werd geschonden.
Desondanks oordeelde het hof dat belanghebbende niet benadeeld was, omdat partijen het eens waren over de feiten en belanghebbende niet heeft toegelicht waarom zij het niet eens was met de naheffingsaanslag. De naheffingsaanslag bleef daarom terecht opgelegd.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond, en veroordeelde de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende, alsmede tot vergoeding van het griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 5 december 2017.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep gegrond wegens schending hoorplicht, maar handhaaft de naheffingsaanslag en veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten.