ECLI:NL:RVS:2014:3446
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging bestuurlijke boete wegens onvoldoende bewijs verhuur zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 11 september 2012 een bestuurlijke boete van €6.000 op aan wederpartij wegens overtreding van artikel 7, tweede lid, van de Huisvestingswet. De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit op 19 februari 2014 wegens onvoldoende bewijs dat wederpartij als overtreder kon worden aangemerkt.
Het college stelde dat uit verklaringen van bewoners, het huurcontract en het kantooradres van wederpartij kon worden afgeleid dat hij de verhuurder was. Echter, de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden dat dit bewijs indirect en onvoldoende was. De handtekeningen waren niet deskundig onderzocht en er was sprake van mogelijke identiteitsfraude.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het college niet bevoegd was om de boete op te leggen. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van wederpartij en het betalen van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van de bestuurlijke boete bevestigd.