ECLI:NL:RVS:2004:AO4777
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- T.M.A. Claessens
- J.G. Treffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging beslissing op bezwaar wegens schending hoorplicht bij huursubsidie
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting stelde bij besluit van 8 november 2000 de huursubsidie over 1996/1997 op nihil vast en vorderde het teveel betaalde terug. Tegen dit besluit maakte de wederpartij bezwaar, waarop de Staatssecretaris bij besluit van 20 november 2001 het bezwaar ongegrond verklaarde zonder een hoorzitting te houden. De rechtbank vernietigde dit besluit op bezwaar wegens schending van de hoorplicht zoals neergelegd in artikel 7:2 van Pro de Awb, omdat de procedure waarbij de wederpartij een antwoordformulier moest terugsturen onvoldoende was om te concluderen dat zij geen gebruik wilde maken van haar recht op horen.
De Staatssecretaris ging in hoger beroep, stellende dat de gebruikte procedure een redelijk evenwicht bood tussen belangen en dat het ontbreken van een exact tijdstip voor een hoorzitting niet tot schending van de hoorplicht leidde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat uitzonderingen op de hoorplicht restrictief moeten worden geïnterpreteerd en dat het bestuursorgaan de bewijslast draagt dat de belanghebbende uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van het recht op horen.
Omdat niet was gebleken dat de wederpartij uitdrukkelijk had verklaard geen gebruik te willen maken van haar hoorrecht, mocht de Staatssecretaris niet afzien van het horen. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het besluit op bezwaar wegens schending van de hoorplicht en verklaart het hoger beroep ongegrond.