ECLI:NL:RBZWB:2025:4548
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing teruggaafverzoek dividendbelasting buitenlands fonds op grond van Unierecht en jurisprudentie
Belanghebbende, een buitenlands fonds gevestigd in Duitsland, verzocht om teruggaaf van dividendbelasting over het jaar 2017. De inspecteur wees dit verzoek af, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank heeft de zitting achterwege gelaten op basis van artikel 8:57 Awb Pro.
De rechtbank oordeelt dat de afwijzing terecht is, mede gelet op het overgangsrecht van de wet Overige fiscale maatregelen 2008 en de jurisprudentie van de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft bepaald dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buitenlandse beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor tegemoetkoming via de afdrachtvermindering, omdat zij niet inhoudingsplichtig zijn voor dividendbelasting in Nederland.
Belanghebbende voerde aan dat het fbi-regime ongerechtvaardigde belemmeringen oplevert en dat er sprake is van verboden staatssteun aan binnenlandse fondsen. De rechtbank verwierp deze stellingen, stellende dat het fbi-regime niet selectief is en dat uitvoering van rechtspraak niet als staatssteun kan worden aangemerkt. Ook werd overwogen dat een eventueel rechtsherstel conform de Hoge Raad niet tot teruggaaf leidt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst teruggaaf en rente af, en vergoedt geen proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier I. van Wijk op 14 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep van het buitenlandse fonds tegen de afwijzing van teruggaaf dividendbelasting 2017 wordt ongegrond verklaard.