Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Procesverloop
3.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende verzocht om teruggaaf van BPM vanwege export van een motorrijtuig. De inspecteur wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende ging in beroep tegen deze beslissing.
Tijdens de procedure werd de voormalig gemachtigde van belanghebbende geweigerd vanwege onnodig grievend taalgebruik en het verstoren van de goede procesorde. De rechtbank passeerde meerdere wrakingsverzoeken tegen de rechter omdat deze reeds eerder waren afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift niet tijdig was ingediend en dat er geen verschoonbare omstandigheden waren. De inspecteur mocht afzien van het horen van belanghebbende voorafgaand aan de niet-ontvankelijkverklaring. Het beroep tegen de rentebeschikking was niet-ontvankelijk omdat deze niet onderwerp van het bezwaar was.
De rechtbank constateerde een lichte overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van het beroep en kende daarom een immateriële schadevergoeding van €500 toe. Tevens werden proceskosten van €75 aan belanghebbende toegekend. Het beroep werd verder ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar wordt ongegrond verklaard wegens termijnoverschrijding, met toekenning van €500 immateriële schadevergoeding en proceskosten aan belanghebbende.