ECLI:NL:RBZWB:2021:4493
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Peters
- Van Kralingen
- Kok
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen belastingrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de belastingrechter die belast is met de behandeling van zijn zaak, stellende dat er sprake zou zijn van partijdigheid en vooringenomenheid. De gronden waren onder meer dat de rechter eerder de gemachtigde van verzoeker had geweigerd en dat de rechter het Unierecht onjuist zou uitleggen zonder prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat de aangevoerde feiten onvoldoende zwaarwegende aanwijzingen bevatten voor partijdigheid. Het eerdere weigeren van de gemachtigde in andere zaken en de verschillen van inzicht over de uitleg van het Unierecht rechtvaardigen geen wraking in deze zaak.
Verder constateerde de wrakingskamer dat de gemachtigde van verzoeker herhaaldelijk wrakingsverzoeken heeft ingediend op vergelijkbare gronden, zonder nieuwe argumenten, wat leidt tot misbruik van het wrakingsinstrument. Daarom werd een wrakingsverbod van één jaar opgelegd aan de gemachtigde tegen belastingrechters van deze rechtbank.
De behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en er wordt een wrakingsverbod van één jaar opgelegd aan de gemachtigde van verzoeker.