Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond met betrekking tot de aanslagen IB/PVV 2007, IB 2008, IB/PVV 2009, IB 2010, IB/PVV 2011, Zvw 2011 en IB 2012;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar betreffende de aanslagen IB/PVV 2007, IB 2008, IB/PVV 2009, IB 2010, IB/PVV 2011, Zvw 2011 en IB 2012;
- vernietigt de aanslagen IB/PVV 2007, IB 2008, IB/PVV 2009, IB 2010, IB/PVV 2011, Zvw 2011 en IB 2012, de beschikkingen heffingsrente en belastingrente en de boetebeschikkingen;
- verklaart het beroep gegrond met betrekking tot de boetebeschikking behorende bij de aanslag IB over het jaar 2014;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar betreffende de boetebeschikking behorende bij de aanslag IB over het jaar 2014;
- vernietigt de boetebeschikking behorende bij de aanslag IB over het jaar 2014;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 2.326;
- veroordeelt de minister tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.674;
2.Gronden
tekenen
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;