ECLI:NL:HR:2012:BV0655
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep navorderingsaanslag wegens ontbreken belang
Aan belanghebbende is een navorderingsaanslag opgelegd over het jaar 2004, welke hij inhoudelijk bestreed. Tijdens de procedure vernietigde de Inspecteur de aanslag, waardoor het geschil feitelijk kwam te vervallen. De Rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een procesbelang, en het verzet daartegen werd ongegrond verklaard.
Belanghebbende stelde dat hij wel belang had bij een oordeel over de gegrondheid van het beroep, ook met het oog op mogelijke schadevergoeding. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet het geval was, omdat belanghebbende niet had gesteld dat hij schade had geleden buiten de proceskosten. Bovendien kan een belanghebbende tegen andere aanslagen of beschikkingen opkomen indien hij een buiten het bestreden besluit liggend belang heeft.
De Hoge Raad bevestigde dat het ontbreken van een procesbelang leidt tot niet-ontvankelijkverklaring, ook indien het beroep mede gebaseerd is op gemeenschapsrecht. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een procesbelang na vernietiging van de navorderingsaanslag.