Belanghebbende exploiteert een Grieks restaurant en werd geconfronteerd met een boekenonderzoek en huiszoeking door de FIOD, waarbij administratie werd in beslag genomen. De FIOD concludeerde dat een deel van de omzet werd afgeroomd en gebruikt voor uitbetaling van zwart loon. De inspecteur legde daarop naheffingsaanslagen omzetbelasting (OB) en loonheffing (LH) op.
De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat het hoorrecht was geschonden, waarna alsnog een hoorgesprek plaatsvond. De rechtbank stelde vast dat het verdedigingsbeginsel niet is geschonden en dat de tijdens het boekenonderzoek verkregen informatie als bewijs mag worden gebruikt. De inspecteur kon niet aannemelijk maken dat de vereiste aangifte niet was gedaan, zodat omkering van de bewijslast niet van toepassing was.
De naheffingsaanslagen werden als terecht en niet te hoog vastgesteld. Belanghebbende had recht op een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling van bezwaar en beroep. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De beroepen tegen de naheffingsaanslagen OB en LH over 2009 werden gegrond verklaard met vernietiging van de uitspraken op bezwaar, maar met instandhouding van de rechtsgevolgen. De overige beroepen werden ongegrond verklaard.