Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam eiseres] . ( [afkorting naam eiseres] ), uit [plaats] , eiseres
Autoriteit Consument en Markt (de ACM)
[naam bedrijf] .( [afkorting naam bedrijf] ), uit [plaats]
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van een bedrijf tegen een besluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) om aanvullende passages uit documenten te verstrekken op grond van de Wet open overheid (Woo). Het geschil betreft communicatie tussen de ACM en een netbeheerder over een civiele arbitrageprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestreden besluit lijdt aan een motiveringsgebrek, omdat niet duidelijk is welke passages zijn verstrekt. Tevens heeft de ACM onjuist invulling gegeven aan artikel 2 van Pro de Instellingswet ACM in verbinding met artikelen 7 en 12w, door te veronderstellen dat correspondentie over civiele geschillen zonder lopend toezichtsdossier niet onder haar wettelijke taken valt.
De voorzieningenrechter benadrukte dat informatie die de ACM verkrijgt in het kader van haar wettelijke toezichtstaken onder de geheimhoudingsbepalingen van de Instellingswet valt en dat de ACM per document moet beoordelen of verstrekking mogelijk is. Omdat de ACM dit naliet, wordt het besluit vernietigd en moet zij binnen zes weken een nieuw besluit nemen.
Daarnaast werd vastgesteld dat de rechtbank Rotterdam bevoegd is om kennis te nemen van het beroep, mede vanwege de vraag welke wet (Instellingswet of Woo) van toepassing is en de doorzending van de zaak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de uitspraak op het beroep voldoende spoedeisendheid biedt.
Tot slot werd de ACM veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan de netbeheerder. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van de Instellingswet en Woo bij informatieverzoeken aan de ACM in toezicht- en arbitragecontexten.
Uitkomst: Het bestreden besluit van de ACM wordt vernietigd en de ACM moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen over het bezwaar van het bedrijf.