ECLI:NL:RVS:2016:1587
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- M. Vlasblom
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek parkeerbelasting
In deze zaak heeft appellante een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om diverse documenten met betrekking tot een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De heffingsambtenaar heeft dit verzoek afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en stelde dat het verzoek niet op de Wob was gebaseerd, maar op artikel 7:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In hoger beroep heeft de heffingsambtenaar betoogd dat appellante misbruik van recht heeft gemaakt door het Wob-verzoek in te dienen met het doel om bezwaar tegen de naheffingsaanslag te onderbouwen, terwijl daarvoor een andere wettelijke grondslag bestaat. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat misbruik van recht zich voordoet wanneer bevoegdheden worden aangewend zonder redelijk doel of met een ander doel dan waarvoor zij zijn gegeven, wat hier het geval is.
De Afdeling concludeert dat het verzoek vaag en onduidelijk was geformuleerd en dat het indienen van het Wob-verzoek en het daarop gebaseerde hoger beroep blijk geeft van kwade trouw. Daarom wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van het Wob-verzoek.