ECLI:NL:RBOVE:2025:5410
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen bestuurlijke boete wegens overschrijding gebruiksnormen dierlijke meststoffen, stikstof en fosfaat
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een beroep van een melkveehouderijbedrijf tegen een bestuurlijke boete opgelegd door de minister vanwege overschrijding van de gebruiksnormen voor dierlijke meststoffen, stikstof en fosfaat in 2018.
De minister stelde vast dat de gebruiksnormen waren overschreden op basis van een boeterapport na inspecties en legde een boete van €36.908,50 op. De boete werd deels gematigd wegens overschrijding van de redelijke beslistermijn. De eiseres voerde aan dat de boete onterecht was, onder meer vanwege betwisting van de gebruikte BEX-berekening, procedurele fouten en het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitging van de wettelijke forfaits en dat de BEX-berekening van eiseres onbetrouwbaar was vanwege tegenstrijdige gegevens over weidegang. Ook werd geoordeeld dat de NVWA niet verplicht was de cautie te geven voorafgaand aan het verhoor en dat de verklaringen die zijn gebruikt niet onrechtmatig waren verkregen.
Verder concludeerde de rechtbank dat geen sprake was van dubbele bestraffing, dat de boete niet onevenredig was en dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor de boete verder werd gematigd tot €35.063,07. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit werd vernietigd voor zover het de hoogte van de boete betreft.
Uitkomst: Beroep gegrond, boete gematigd tot €35.063,07 wegens overschrijding redelijke termijn.