ECLI:NL:RVS:2024:5293
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- M. Soffers
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging bestuurlijke boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [appellant], handelend onder [handelsnaam], een boete van €144.000 op wegens 36 overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar en beroep matigde de rechtbank de boete tot €91.800. Zowel de minister als [appellant] gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat [appellant] recht had op bijstand door een raadsman voorafgaand aan het verhoor, maar dat het ontbreken hiervan niet leidde tot uitsluiting van de verklaring als bewijs. Verder bevestigde de Afdeling dat [appellant] als feitelijk werkgever kon worden aangemerkt, ondanks zijn stelling dat hij slechts administratieve bemiddeling verrichtte.
De Afdeling stelde vast dat sprake was van grove schuld van [appellant] wegens ernstige nalatigheid in het naleven van de Wav. De boete werd vastgesteld op 75% van het boetenormbedrag, met verdere matiging van 10% wegens cumulatie, 75% wegens verminderde draagkracht en 5% wegens overschrijding van de redelijke termijn, resulterend in een boete van €23.085. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt definitief vastgesteld op €23.085,00 met matiging wegens cumulatie, verminderde draagkracht en overschrijding redelijke termijn.