Belanghebbende ontving schadevergoedingen die niet in zijn belastingaangiften waren opgenomen. Na een FIOD-onderzoek stelde de Inspecteur vragen over zijn buitenlandse activiteiten en inkomsten. Belanghebbende weigerde bepaalde informatie te verstrekken, waarop de Inspecteur twee informatiebeschikkingen gaf. Het hof vernietigde de tweede informatiebeschikking wegens schending van het verschoningsrecht van de advocaat, maar handhaafde de eerste.
De Hoge Raad bevestigde dat het verschoningsrecht zich uitstrekt tot alle stukken die aan de advocaat zijn toevertrouwd, ook als deze stukken aan derden zijn verstrekt in civiele procedures. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de Inspecteur bevoegd was vragen te stellen naar aanleiding van de settlement demand, omdat de advocaat zich niet op het verschoningsrecht had beroepen.
Verder verwierp de Hoge Raad het beroep dat de Inspecteur de cautie had moeten geven voorafgaand aan het stellen van vragen, omdat dit alleen vereist is bij verhoren met het oog op het opleggen van bestuurlijke boetes. Tot slot kende de Hoge Raad belanghebbende een vergoeding van € 500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep, omdat het hof meer dan twee jaar over de uitspraak deed.