ECLI:NL:RBNNE:2015:6182
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. Vonk
- W.M.G. Visser
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslagen en boetes wegens onvoldoende voortvarendheid en overschrijding redelijke termijn
Eiser werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting, inclusief verhogingen en boetes van 100 procent, naar aanleiding van buitenlandse bankrekeningen bij Van Lanschot Bankiers Luxembourg SA. Na uitgebreide procedures en bezwaren werd de voortvarendheid van de Belastingdienst bij het opleggen van de aanslagen betwist.
De rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslagen voor 2003 en 2004 binnen de reguliere termijn waren opgelegd en dat de voortvarendheid daarvoor niet in geschil was. Voor de jaren 1996 en 1997 werd beoordeeld of de verlengde navorderingstermijn terecht werd toegepast. Gezien de complexiteit van het projectmatige onderzoek en een noodzakelijke hercheck achtte de rechtbank de voortvarendheid voldoende gewaarborgd.
De rechtbank stelde vast dat de bezwaar- en beroepsprocedure ruim zes jaar had geduurd, waarbij een overschrijding van de redelijke termijn van ruim vier jaar werd vastgesteld. Dit leidde tot een immateriële schadevergoeding van €3.500 voor de bezwaarfase en €1.500 voor de beroepsfase. Tevens werden de boetes en verhogingen verminderd tot 72 procent van de boetegrondslag vanwege de termijnoverschrijding en het alsnog geven van openheid door eiser.
De rechtbank vernietigde de uitspraken op bezwaar, stelde de belastbare inkomens vast volgens het gemeenschappelijk standpunt van partijen, en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar, vermindert de navorderingsaanslagen en boetes en kent een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.