Uitspraak
gemachtigde [gemachtigde verweerder].
Aan de print van het microfiche is niet te zien dat deze afkomstig is van de KB Lux. Naast het gegeven dat de Belgische autoriteiten hebben aangegeven dat de rekeningen worden gehouden bij de KB Lux, heeft de ervaring uit de strafrechtelijke onderzoeken en de pilot (rechtbank: een onderzoek naar een beperkt aantal microfiches) duidelijk gemaakt dat de gegevens zien op de rekeninghouders van de KB Lux.
Het afschrift van het microfiches is de enige informatie waarover we per rekeninghouder feitelijk beschikken.Hierna volgt nog enige algemene informatie met betrekking tot de KB Lux, welke bij het vaststellen van de feiten behulpzaam kan zijn.
Van een groot aantal rekeninghouders is op de microfiches de eigen naam vermeld, dat wil zeggen 1e voornaam c.q. doopnaam en achternaam van de rekeninghouder en evt. achternaam van 2e rekeninghouder (meestal echtgenote van 1e rekeninghouder), dan wel namen van mederekeninghouders. Adresgegevens en geboortedata zijn niet bekend.
(...)
[nummer] VUE [X]-[Y] [erflater]-[echtgenote] 308,34
1 Reikwijdte van het onderzoek
2.Algemeen
3 Onderzoek
4 Overzicht correcties
Vermogensbelasting
5.Navorderingsaanslagen Inkomstenbelasting en Vermogensbelasting
De Belastingdienst is een onderzoek gestart naar Nederlandse ingezetenen die in het buitenland één of meerdere bankrekening(en) aanhouden, dan wel aan hebben gehouden, waarbij het vermoeden bestaat dat in aangiften inkomstenbelasting en/of vermogensbelasting geen opgaaf is gedaan van saldi en opbrengsten daarvan.
Betrokkene deelt mede dat hij geen rekening in het buitenland heeft.”.
De Belastingdienst is een onderzoek gestart naar Nederlandse ingezetenen die in het buitenland één of meerdere bankrekening(en) aanhouden, dan wel aan hebben gehouden, waarbij het vermoeden bestaat dat in aangiften inkomstenbelasting en/of vermogensbelasting geen opgaaf is gedaan van saldi en opbrengsten daarvan.
Van cliënt heb ik begrepen dat de voor 23 mei jl. geplande bespreking geen doorgang heeft gevonden. Er is afgesproken dat hij zo spoedig mogelijk de gevraagde informatie aan u zal verschaffen. Zodra ik de bedoelde informatie van cliënt heb ontvangen, zal ik u nader berichten.”
Op 2 april 2002 heb ik u verzocht om gegevens en inlichtingen te verstrekken over bankrekeningen in het buitenland. Middels een telefonische reactie van de [toenamlige gemachtigde erflater] is verklaard dat u gerechtigd bent (geweest) tot (een) buitenlandse bankrekening(en):
- Wat voor soort rekening betrof het en in welke valuta?
- Op welke datum (dag-maand-jaar) is deze rekening geopend?
- Door wie is deze rekening geopend?
Heeft u het saldo en/of de opbrengsten van deze banktegoeden vermeld op uw aangiften inkomstenbelasting en/of vermogensbelasting?
- Het afschrift van het openingsformulier van de bankrekening;
- De afschriften van de banktegoeden per 31 december van ieder jaar;
- Een specificatie van de ontvangen rente per jaar (vermeld hierbij ook het soort rente, bijvoorbeeld spaarrekeningen, obligaties, etc.);
- Een specificatie van de opbrengst van effecten per jaar. Vermeld hierin ook de te verrekenen dividendbelasting en buitenlandse bronbelasting;
- Een specificatie van de beleggingsfondsen per 31 december van ieder jaar. Vermeld hierin ook de namen van de fondsen.
Cliënt heeft de nodige informatie gevraagd aan Kredietbank S.A. Luxembourgoise. Hij heeft daar echter nog geen reactie op mogen ontvangen. Om die reden heeft hij op mijn advies dit schriftelijke verzoek telefonisch herhaald. Toegezegd is dat een dezer dagen het antwoord aan hem zal worden toegezonden.
Ik beschik over gegevens waaruit blijkt dat u bankrekening(en) aanhoudt of heeft aangehouden in het buitenland.
.Ook voor deze bezwaren gaat erflater akkoord met het aanhouden van het bezwaar totdat in de door verweerder bedoelde procedures onherroepelijk uitspraak is gedaan. De ontvangst van het bezwaarschrift wordt op 16 juni 2003 bevestigd.
Tot mijn niet geringe verbazing komt van uw kant in het geheel geen reactie. En daarmee wordt mijn geduld behoorlijk op de proef gesteld.(…)
KBL) *** DUPLICATA *** DATE D’EDITION : 27/12/2010
stipinkomens") overeenkomen met die in het controlerapport (zie 2.3.5 "
Vastgesteld belastbaar inkomen").
"1) De artikelen 49 EG en 56 EG moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet ertegen verzetten dat, wanneer voor de belastingautoriteiten van een lidstaat spaartegoeden en inkomsten uit deze tegoeden zijn verzwegen en deze autoriteiten geen aanwijzingen over het bestaan ervan hebben op basis waarvan zij een onderzoek kunnen instellen, deze lidstaat een langere navorderingstermijn toepast wanneer deze tegoeden in een andere lidstaat zijn aangehouden dan wanneer zij in eerstgenoemde lidstaat zijn aangehouden. De omstandigheid dat deze andere lidstaat het bankgeheim kent, is in dit opzicht van geen belang.".In punt 47 van dit arrest heeft het HvJ EG overwogen:
.Deze verklaring wordt ondersteund door het overgelegde draaiboek en de nieuwsbrieven (zie 2.3.1). Gelet hierop acht de rechtbank aannemelijk dat erflater in maart 2002 als rekeninghouder is geïdentificeerd. Tussen het moment dat de informatie uit België binnenkwam en de identificatie is derhalve ongeveer 17 maanden verstreken. In die periode zijn de werkzaamheden zoals vermeld in de nieuwsbrieven en de verklaring van verweerder verricht. De rechtbank is van oordeel dat met een dergelijk proces, wil het zorgvuldig geschieden, naar zijn aard het nodige tijdsbeslag is gemoeid, zeker in een situatie als deze, waarin duizenden rekeninghouders dienen te worden geïdentificeerd. De keuze voor een projectmatige aanpak acht de rechtbank ook vanwege de eenheid van beleid en uitvoering begrijpelijk. Gelet op de uitgevoerde werkzaamheden en de daarbij nagestreefde zorgvuldigheid acht de rechtbank de met het identificatieproces gemoeide tijd van ongeveer 17 maanden niet onredelijk lang.
"VUE"op de onder 2.3.4 opgenomen fotokopie van de microfiche en de stukken van KB-Lux een zogenoemde zichtrekening (rekening-courant). Het saldo van deze rekening bedroeg per 31 januari 1994 volgens deze fotokopie 308,34. Partijen houdt verdeeld de vraag of erflater naast deze zichtrekening ook andere (achterliggende) rekeningen heeft aangehouden en het totale bij KB-Lux aangehouden vermogen derhalve hoger is. Verweerder heeft aangevoerd dat uit de gegevens van belastingplichtigen die hebben meegewerkt, gebleken is dat in vrijwel alle gevallen met de zichtrekening ook andere (achterliggende) rekeningen verbonden waren, veelal depositorekeningen en/of effectenrekeningen, die niet op de microfiches zijn vermeld. Verweerder trekt hieruit de conclusie dat het saldo van de rekening welke op de fotokopie is vermeld niet representatief behoeft te zijn voor het werkelijk bij KB-Lux aangehouden saldo. Gelet op het inmiddels bekende systeem van zicht- en spaarrekeningen bij KB-Lux, waarbij aan elke zichtrekening ten minste één spaarrekening is gekoppeld, acht de rechtbank deze conclusie aannemelijk.