Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2024 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [plaats 5] , eiseres
Inleiding
€ 4.683.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2021. De heffingsambtenaar heeft bij deze beschikking aan eiseres als eigenaar van de onroerende zaak ook een aanslag onroerendezaakbelasting en rioolheffing opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de WOZ-waarde van het object.
Overwegingen
Procureur-Generaal over het gebruik van Taxatiewijzers als bewijsmiddel, waarbij wordt ingegaan op de vraag of de bewijslast over de juistheid van restwaardes bij het gebruik van Taxatiewijzers op de belanghebbende rust. In deze conclusie betoogt de Procureur-Generaal dat als een belanghebbende een in de taxatiewijzer opgenomen marktgegeven in algemene zin betwist, het redelijk is dat de bewijslast op de heffingsambtenaar blijft rusten. Deze verdeling van de bewijslast sluit volgens de rechtbank aan bij de lijn in de rechtspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Dit betekent overigens dat de Taxatiewijzer nog steeds door de heffingsambtenaar kan worden gebruikt als bewijsmiddel, als de opgenomen kengetallen kunnen worden onderbouwd.
zit-/slaapkamers in het verzorgingstehuis niet kunnen worden aangemerkt als woning, dan wel volledig dienstbaar aan woondoeleinden, het hiervoor benoemde percentage van 70% niet wordt gehaald. Partijen zijn het hierover eens. Daarmee kan de beoordeling van de rechtbank beperkt blijven tot deze ruimten. De opmerkingen van eiseres over de overige ruimten zoals de berging, het toilet en de wasruimte worden dan ook niet besproken.
Beslissing
mr. M.W.A. Schimmel, leden, in aanwezigheid van mr. J.M.T. Bouwman, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2024.