Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 januari 2025
in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de Svb
Inleiding
Totstandkoming van het bestreden besluit
- 23 juli 1963 tot en met 31 december 1988;
- 6 maart 1989 tot en met 6 juni 1989;
- 25 november 1996 tot en met 24 februari 1997;
- 1 juli 2004 tot en met 31 augustus 2004 en
- 1 april 2007 tot en met 31 december 2008.
- de niet-verzekerde tijdvakken en
- de ingangsdatum van het AOW-pensioen.
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt de Svb op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt de Svb in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser wegens overschrijding van de redelijke termijn in beroep tot een bedrag van € 1.500,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) in verband met het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 226,75 wegens kosten van rechtsbijstand.