Uitspraak
21.4135 AOW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om vergoeding van schade af;
- bepaalt dat de Svb aan appellant het in beroep betaalde griffierecht van € 49,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin het bezwaar tegen de toepassing van artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet (AOW) werd afgewezen. De Raad had eerder geoordeeld dat de Svb onvoldoende had gemotiveerd dat appellant geen onevenredig zware last droeg door het zogenoemde AOW-gat, de periode tussen 22 december 2016 en 22 september 2017.
In het bestreden besluit verklaarde de Svb het bezwaar ongegrond, stellende dat appellant de periode zelf kon compenseren en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een onevenredig zware last veroorzaakten. Appellant voerde onder meer aan dat hij niet voorafgaand aan het besluit was gehoord, wat de Raad bevestigde als schending van de hoorplicht. Desondanks werd dit gebrek gepasseerd omdat appellant in het beroep zijn standpunten kon inbrengen.
De Raad beperkte het geding tot de vraag of de Svb het eerdere oordeel juist had uitgevoerd. Uit de financiële gegevens bleek dat appellant een vermogen had boven €168.855 en een gezinsinkomen ruim boven het sociaal minimum. Hoewel appellant financieel nadeel had door het AOW-gat, was dit niet zodanig dat sprake was van een onevenredig zware last. Ook de arbeidsongeschiktheid van appellant veranderde dit oordeel niet. Het verzoek om een Advisory Opinion aan het EHRM werd afgewezen.
Ten aanzien van het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn oordeelde de Raad dat de termijn voor hoger beroep niet was overschreden en wees het verzoek af. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De Svb werd verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.