Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2025 op het verzet van
de Belastingdienst Toeslagen
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
2.4.1 Voor de fase van bezwaar en beroep bij de rechtbank geldt een redelijke termijn van twee jaar. In deze termijn is tevens de duur van een eventuele verzetprocedure begrepen, indien de rechtbank uitspraak doet na vereenvoudigde behandeling op de voet van artikel 8:54 Awb Pro en tegen die uitspraak verzet wordt gedaan als bedoeld in artikel 8:55 Awb Pro. Bij bijzondere omstandigheden is verlenging van deze termijn op haar plaats (…).
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het verzet ongegrond;
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding toe en veroordeelt de Staat der Nederlanden tot betaling van € 1.000,-. aan opposant;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot betaling van € 453,50 als vergoeding voor de proceskosten van opposant voor het verzoek om schadevergoeding.