ECLI:NL:RBLIM:2024:1021
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzet wegens misbruik van recht bij niet-betaling griffierecht
Opposante heeft meerdere keren verzet ingesteld tegen buitenzitting-uitspraken waarin zij niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet betalen van griffierecht. Zij voert steeds dezelfde argumenten aan dat de griffierechtregeling in strijd zou zijn met Europees recht, zonder een beroep op betalingsonmacht te doen. De rechtbank heeft deze argumenten reeds in talloze uitspraken beoordeeld en verworpen.
De rechtbank constateert dat opposante met haar verzet misbruik van recht maakt, omdat zij bewust en tegen beter weten in blijft procederen zonder het griffierecht te voldoen en zonder een onderbouwd beroep op betalingsonmacht. Dit leidt tot een onevenredige belasting van de rechtspraak, mede doordat opposante vaak aangeeft te willen worden gehoord maar niet verschijnt op de geplande zittingen.
Op grond van artikel 13 BW Pro en vaste rechtspraak kan de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk verklaren zonder inhoudelijke behandeling. De rechtbank bevestigt dat de regeling omtrent griffierecht normaal gesproken geen belemmering vormt voor toegang tot de rechter, tenzij een onderbouwd beroep op betalingsonmacht wordt gedaan, wat hier niet het geval is.
De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk en laat de buitenzittinguitspraak in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht en de buitenzittinguitspraak blijft in stand.