ECLI:NL:RVS:2025:550
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- J.M. Willems
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroepen wegens misbruik van recht en niet betaling griffierecht
Appellante heeft tegen meerdere uitspraken van de rechtbank Limburg hoger beroep ingesteld, waarin haar verzet tegen eerdere uitspraken niet-ontvankelijk was verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht en misbruik van recht. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft deze zaken gelijktijdig behandeld op de zitting van 23 januari 2025, waarbij appellante niet is verschenen.
De Afdeling overweegt dat tegen uitspraken van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep mogelijk is, tenzij sprake is van een ernstige schending van fundamentele rechtsbeginselen. Appellante stelde dat haar recht op hoor en wederhoor was geschonden, maar de Afdeling constateert dat zij was uitgenodigd en gewezen op de behandeling van misbruik van recht, doch niet is verschenen.
Gezien het herhaaldelijke procesgedrag van appellante, waarbij zij steeds weigert het griffierecht te betalen of een beroep op betalingsonmacht te doen, oordeelt de Afdeling dat sprake is van misbruik van recht. Daarom worden de hoger beroepen niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wordt appellante gewaarschuwd dat toekomstige hoger beroepen met dezelfde strekking eveneens niet-ontvankelijk zullen worden verklaard en dat zij mogelijk kan worden veroordeeld in de proceskosten wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
Uitkomst: De hoger beroepen van appellante worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht en het niet betalen van griffierecht.