Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 september 2023 in de zaken tussen
[eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (de minister),
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen de opgelegde boetes (ROE 21/1190) gegrond en vernietigt het bestreden besluit van 12 maart 2021, voor zover daarbij de boete is vastgesteld op € 32.400,-;
- stelt de boete vast op € 25.920,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot 50% van de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 418,50,-;
- veroordeelt de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot 50% van de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 418,50;
- bepaalt dat de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) 50% van het griffierecht aan eiseres moet vergoeden tot een bedrag van € 180,-;
- bepaalt dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 50% van het griffierecht aan eiseres moet vergoeden tot een bedrag van € 180,-;
- verklaart het beroep tegen de opgelegde waarschuwing preventieve stillegging (ROE 21/1189) ongegrond.