ECLI:NL:RVS:2022:2728
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- M. Soffers
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen met matiging na recidive
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan appellant een boete van €32.000 op wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Deze overtredingen hielden verband met het inzetten van twee Ethiopische arbeidskrachten zonder geldige tewerkstellingsvergunning.
De rechtbank Amsterdam matigde de boete met 25% vanwege de lange duur van het onderzoek, waardoor de boete werd vastgesteld op €24.000. Appellant stelde dat verdere matiging op zijn plaats was. De staatssecretaris erkende in hoger beroep dat de boete op €18.000 moest worden vastgesteld, rekening houdend met recidive en matiging.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris over de boetehoogte. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde de boete definitief vast op €18.000 en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Deze uitspraak vervangt het vernietigde besluit en maakt een einde aan het geschil over de hoogte van de boete, waarbij rekening is gehouden met de ernst van de overtredingen, recidive en de duur van de procedure.
Uitkomst: De boete wordt definitief vastgesteld op €18.000 met matiging vanwege recidive en langdurig onderzoek.