ECLI:NL:RVS:2017:3266
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.A. Hagen
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over boete wegens overtreding Arbobesluit bij arbeidsongeval met vorkheftruck
De minister legde appellant een bestuurlijke boete van €18.000 op wegens overtreding van artikel 3.17 van het Arbobesluit, gerelateerd aan een arbeidsongeval waarbij een werknemer een gebroken been opliep door het verschuiven van een last op een vorkheftruck. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, matigde de boete tot €9.000 en stelde dat artikel 7.4, derde lid, van het Arbobesluit van toepassing was.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de boete matigde. De overtreding van artikel 7.4, derde lid, staat vast omdat de bestuurder van de vorkheftruck arbeid verrichtte onder gezag van appellant, die als werkgever verantwoordelijk is. De appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar geen verwijt treft, omdat er geen veilige werkwijze was ontwikkeld en geen adequate instructies of toezicht waren.
De Raad van State stelt dat de minister terecht de boete baseerde op het aantal werknemers en dat de matiging door de rechtbank niet gerechtvaardigd is. De inspanningen van appellant na het ongeval, zoals een toolboxmeeting, zijn onvoldoende om de boete te matigen. Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard, dat van de minister gegrond, en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de boete van €18.000 blijft in stand.