AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag minderjarige uit Jemen wegens onvoldoende onderzoek risico willekeurig geweld en opvang
Eiser, een minderjarige uit Jemen, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen op grond van het beleid dat in Aden sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld. De rechtbank oordeelt dat de minister dit beleid mocht toepassen, maar onvoldoende heeft onderzocht of eiser vanwege zijn jonge leeftijd een verhoogd risico loopt slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Ook is onvoldoende gemotiveerd dat eiser in Jemen adequate opvang heeft, terwijl zijn familie sinds 2019 in Saudi-Arabië verblijft.
De rechtbank bespreekt het gewijzigde landgebonden asielbeleid voor Jemen en de gradaties van willekeurig geweld. Hoewel de minister het beleid heeft aangepast naar een relatief hoger niveau van geweld, heeft hij nagelaten alle relevante individuele omstandigheden van eiser mee te wegen, zoals zijn leeftijd en de afwezigheid van familie in Jemen. Tevens heeft de minister onvoldoende onderzoek gedaan naar de opvangmogelijkheden voor eiser in Jemen, ondanks zijn status als alleenstaande minderjarige vreemdeling.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Tevens veroordeelt zij de minister in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar risico's en opvang, en de minister moet een nieuw besluit nemen.
Voetnoten
1.HvJEU 9 november 2023, ECLI:EU:C:2023:843, punten 40 en 41.
3.Dit is de implementatie van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn.
4.Brief minister van 19 november 2024, TK 2024-2025, 19 637, nr. 3315. Zie ook WBV 2025/2 (5 februari, Stcrt. 2025, nr. 3204) en de verwerking daarvan in paragraaf C2/3.3.3.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000).
5.Vóór het arrest X en Y was dit het enige niveau dat erkend werd in het Nederlandse beleid ten aanzien van ernstige schade als gevolg van willekeurig geweld, welk standpunt door het arrest niet meer houdbaar was.
6.Zie WBV 2016/18 en (laatstelijk) WBV 2022/26.
7.Stcrt. 2024, nr. 13067.
9.19 637, nr. 3489. Zie ook de bijlage 15c beoordeling en de beslisnota bij deze brief.
10.Stcrt. 2025, nr. 35447.
12.Deze criteria zijn gebaseerd op het arrest van het EHRM van 28 november 2011 (Sufi en Elmi), ECLI:CE:ECHR:2011:0628JUD000831907. Zie ook het arrest van het HvJ EU van 10 juni 2021 (CF en DN), ECLI:EU:C:2021:472, onder 43.
13.P. 2 en 4 tot en met 6.
14.P. 2, 5 en 8.
15.P. 8 tot en met 10.
16.P. 2 en 3.
17.Bijlage 15c-beoordeling: p. 1,3,4 en 9 en Beslisnota: p. 1 tot en met 6.
20.HvJEU 10 juni 2021, ECLI:EU:C:2021:472, punt 43.
21.ACLED registreerde 33 incidenten en vijf burgerdoden. De zes incidenten die ACLED als ‘explosie of geweld op afstand’ codeerde, betroffen aanslagen met bommen of IED’s, uitgevoerd door niet geïdentificeerde gewapende groeperingen, soms gericht tegen troepen gelieerd aan de IRG en soms op openbare plaatsen als markten. ACLED registreerde daarbij één dodelijk burgerslachtoffer.
22.De STC is separatistenbeweging in Zuid-Jemen, opgericht in 2017 met steun van de Verenigde Arabische Emiraten. Ze streven naar herstel van een onafhankelijke Zuid-Jemenitische staat.
23.Zie paragraaf 1.2 ‘Leefomstandigheden’ van het ambtsbericht.
25.Ab 2023, p. 7, 17 en 20 en ab 2025, p. 18.
26.Ab 2023, p. 8 en 19 en ab 2025, p. 17.
27.Zie p. 8 en 9 van de aanvullende gronden van 6 januari 2026.
28.Ab 2025, p. 21, voetnoot 99.
30.Punt 42 van dit arrest.
31.Voornemen, p. 3.
32.Punt 42 en 43 van dit arrest.
34.HvJEU 14 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:9.
37.Nader gehoor, p. 10 en 11.