ECLI:NL:RVS:2013:1190
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende opvang in Afghanistan
De minister voor Immigratie en Asiel weigerde ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan de vreemdeling te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat er adequate opvang aanwezig was in Afghanistan.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de zorgplicht van de moeder en oom voldoende waarborg biedt voor opvang in Afghanistan. De vreemdeling betoogde echter dat zijn moeder illegaal in Iran verblijft en niet kan terugkeren, en dat de oom in Europa asiel heeft aangevraagd, waardoor opvang niet gegarandeerd is.
De Raad voor de Rechtspraak overwoog dat de zorgplicht van ouders niet volstaat als de vreemdeling aannemelijk maakt dat opvang onmogelijk is. De staatssecretaris had niet voldoende gemotiveerd waarom de omstandigheden van de vreemdeling niet tot een andere conclusie leiden. Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wegens onvoldoende gemotiveerd oordeel over opvang in Afghanistan.