Eiser, een Jemenitische asielzoeker, diende op 5 september 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag op 8 mei 2025 af, waarna eiser beroep instelde. De rechtbank behandelde het beroep op 24 oktober 2025.
De kern van het geschil betreft de beoordeling van de situatie in Jemen, met name de toepassing van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn, die bescherming biedt bij uitzonderlijke situaties van willekeurig geweld in een gewapend conflict. Verweerder motiveerde onvoldoende waarom niet van een dergelijke situatie sprake zou zijn, mede omdat het landenbeleid ten tijde van het besluit geen rekening hield met humanitaire omstandigheden veroorzaakt door strijdende partijen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het beleid en de beoordeling van de 15c-situatie niet deugdelijk heeft gemotiveerd, ook niet na de beleidswijziging van 17 oktober 2025. Daarnaast faalt het subsidiaire standpunt van verweerder dat er een binnenlands beschermingsalternatief bestaat in bepaalde provincies, omdat toegankelijkheid en vestigingsmogelijkheden onvoldoende zijn onderbouwd.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de proceskosten van eiser.