7.1.Bij de hiervoor genoemde uitspraak van 16 juli 2025 heeft de Afdeling geoordeeld dat verweerder ten aanzien van Jemen onvoldoende heeft gemotiveerd dat geen sprake is van de meest uitzonderlijke situatie die valt onder artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. Bij de beoordeling van de toepassing van artikel 15c heeft verweerder namelijk niet alle relevante omstandigheden globaal in aanmerking genomen. Verweerder heeft ten onrechte geen rekening gehouden met:
- De slachtoffers als gevolg van landmijnen en explosieven;
- De recente confrontaties tussen strijdende partijen;
- Het verhoogde percentages ontheemden;
- De humanitaire omstandigheden die direct of indirect het gevolg zijn van het handelen en/of nalaten van een actor van ernstige schade in het kader van willekeurig geweld in het binnenlandse gewapende conflict in Jemen.
Het nieuwe landenbeleid ten aanzien van Jemen
8. Op 17 oktober 2025 is het landenbeleid ten aanzien van Jemen gewijzigd.Deze wijziging houdt in dat verweerder per provincie heeft beoordeeld welk niveau van willekeurige geweld geldt. Verweerder geeft aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa en [plaats] . Verweerder neemt aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de provincies Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah. Voor de overige provincies Al Mahra, Hadramaut en Socotra geldt volgens verweerder dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. Verweerder neemt verder in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief aan in de provincies Al Mahra en Hadramaut indien vreemdelingen een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in een andere regio.
9. Eiser voert dat verweerder ten onrechte niet uit gaat van de meest uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld in Jemen. Verweerder heeft in het bestreden besluit ten onrechte niet beoordeeld in welke mate de humanitaire omstandigheden worden veroorzaakt door de strijdende partijen. Uit het ambtsbericht lijkt volgens eiser namelijk juist naar voren te komen dat de strijdende partijen bewust de slechte humanitaire situatie creëren dan wel in stand houden of verergeren. Verweerder dient inzichtelijk te maken hoe dit weegt in de beoordeling, nu zonder deze afweging niet is uit te sluiten dat sprake is van de meest uitzonderlijke situatie van geweld. Verder stelt eiser zich op het standpunt dat verweerder niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe zijn individuele omstandigheden (dat zijn vader politiek actief was) zich verhouden tot de situatie in Jemen.
Beoordeling van het bestreden besluit door de rechtbank
10. De rechtbank stelt voorop dat de Afdeling heeft geoordeeld dat verweerder de beoordeling - in het ten tijde van het bestreden besluit geldende beleid in paragraaf C7/19.4.2 van de Vc of in Jemen sprake is van de meest uitzonderlijke situatie die valt onder artikel 15c - niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Bij deze beoordeling zijn namelijk niet alle relevante omstandigheden globaal in aanmerking genomen.