ECLI:NL:RVS:2023:4790
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over verblijfsvergunning en toepassing arrest TQ in vreemdelingenrecht
De vreemdeling, van Afghaanse nationaliteit en als niet-begeleide minderjarige naar Nederland gekomen, vroeg om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees deze aanvraag in 2019 af en vaardigde een inreisverbod uit. Na bezwaar verleende hij alsnog een vergunning, maar de rechtbank vernietigde deze besluiten wegens gebrekkige motivering en onvoldoende onderzoek naar opvangmogelijkheden in het land van terugkeer.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank buiten de omvang van het geding trad en het arrest TQ onjuist toepaste. De Afdeling oordeelde dat het arrest TQ wel degelijk van toepassing is, ook in de fase van tenuitvoerlegging van een terugkeerbesluit, en dat de staatssecretaris voldoende onderzoek had verricht gezien de omstandigheden.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat de staatssecretaris niet tekort was geschoten in zijn onderzoeksplicht en dat de vreemdeling geen recht had op een eerdere ingangsdatum van de verblijfsvergunning of schadevergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.