ECLI:NL:RBDHA:2025:24024
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.B.H. Hebbink
- F.M.E. Schulmer
- R. Barzilay
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen verlenging overdrachtstermijn aan Polen wegens onderduiken
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om de overdrachtstermijn voor zijn overdracht aan Polen te verlengen tot 18 maanden wegens onderduiken. De rechtbank oordeelt dat hoewel het beroep later dan één week na het besluit is ingediend, het beroep ontvankelijk is omdat het besluit niet op de juiste wijze is bekendgemaakt aan de huidige gemachtigde van eiser en eiser procesbelang heeft.
De rechtbank stelt vast dat eiser op 13 november 2024 met onbekende bestemming is vertrokken uit de opvanglocatie en sindsdien geen contact meer heeft onderhouden met de Nederlandse autoriteiten, hetgeen de minister aannemelijk heeft gemaakt. Eiser heeft het bewijsvermoeden van onderduiken niet kunnen weerleggen. De rechtbank volgt de uitleg dat de beroepstermijn voor verlengingsbesluiten één week bedraagt, aansluitend bij eerdere jurisprudentie.
De rechtbank bevestigt dat de minister de overdrachtstermijn tijdig heeft verlengd binnen de geldende termijnen en dat de verlenging rechtsgeldig is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 11 december 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verlenging van de overdrachtstermijn is ontvankelijk maar ongegrond verklaard.