ECLI:NL:RVS:2025:4969
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake verlenging overdrachtstermijn Dublinprocedure
De minister van Asiel en Migratie verlengde de overdrachtstermijn van betrokkene met twaalf maanden omdat betrokkene zich niet aan zijn meldplicht had gehouden en niet aanwezig was op het asielzoekerscentrum. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen deze verlenging gegrond en vernietigde het besluit van de minister.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat onderduiken in de zin van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening ook kan worden aangenomen als er nog geen geplande overdracht is, maar betrokkene zich niet houdt aan zijn meldplicht en niet op het centrum aanwezig is. Betrokkene was voldoende geïnformeerd over zijn verplichtingen, onder meer via een intakegesprek en een brochure.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen sprake zag van onderduiken en vernietigde het vonnis. Het beroep van betrokkene werd alsnog ongegrond verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.