ECLI:NL:RVS:2024:3068
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onterechte niet-ontvankelijkverklaring in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 19 december 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 25 januari 2024 eveneens niet-ontvankelijk verklaarde omdat de vreemdeling met onbekende bestemming zou zijn vertrokken en geen belang meer zou hebben bij de procedure.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het enkel onbekend zijn van de verblijfplaats van de vreemdeling niet automatisch betekent dat hij geen belang meer heeft bij het beroep, zeker niet wanneer hij wel contact onderhoudt met zijn gemachtigde. Er waren onvoldoende concrete aanwijzingen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens veroordeelde zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00 die de vreemdeling had gemaakt voor de beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.