ECLI:NL:RVS:2025:4498
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- M. Soffers
- M. Den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over verlenging overdrachtstermijn vreemdeling wegens onderduiken
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verlengde de overdrachtstermijn van betrokkene aan Duitsland met twaalf maanden wegens onderduiken, omdat betrokkene zich niet aan de meldplicht hield. De rechtbank verklaarde dit besluit onrechtmatig omdat er nog geen overdracht gepland was en betrokkene de overdracht niet had gefrustreerd.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank het begrip 'onderduiken' te restrictief heeft geïnterpreteerd. Onderduiken houdt ook in dat een vreemdeling zich doelbewust buiten bereik van de autoriteiten houdt, ook als er nog geen concrete overdracht gepland is.
De Afdeling benadrukt dat de minister voorbereidende handelingen verricht voordat een overdracht plaatsvindt en dat het verlengen van de overdrachtstermijn ook in deze fase noodzakelijk is om het nuttig effect van de Dublinverordening te waarborgen.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken is rechtmatig verklaard en het beroep van betrokkene ongegrond.