Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Alphen aan den Rijn, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 300.000 in de kostenraming mee te nemen. Volgens verweerder is de som van deze niet-opgevoerde kostenposten aanzienlijk hoger dan de € 37.696 die per abuis in de kostenraming is opgenomen. Ten aanzien van het overheadpercentage heeft verweerder verklaard dat dit binnen de gemeente in 2023 boven de 65% lag en dat dit niet ongebruikelijk is. Ten aanzien van de personeelskosten van € 323.400 heeft verweerder een cijfermatige onderbouwing verstrekt.
het bedrag van de geraamde kosten niet uitgaat boven het bedrag vermeld in artikel 3 van Pro voornoemd besluit en de geraamde kosten achteraf blijken te zijn overtroffen door de werkelijke kosten, heeft het Hof terecht geoordeeld dat er geen reden is de Verordening op dit punt onverbindend te verklaren.De overige klachten, die van een andere opvatting uitgaan, moeten eveneens worden verworpen.”
4 juni 2024 uitspraak op bezwaar heeft gedaan, is vanaf 22 mei 2024 tot en met 3 juni 2024 een dwangsom verbeurd. De rechtbank stelt de door verweerder te betalen dwangsom daarom vast op € 299 (13 dagen x € 23).
Beslissing
mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
15 oktober 2025.