ECLI:NL:RBDHA:2024:21018
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening Frankrijk
Eiser heeft op 10 juli 2023 een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Na overdracht aan Frankrijk heeft eiser opnieuw in Nederland asiel aangevraagd, waarna Nederland een verzoek tot terugname bij Frankrijk deed, dat werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat de minister het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd had genomen, en dat Frankrijk geen veilige opvang biedt, met verwijzing naar rapporten en jurisprudentie. Tevens stelde hij dat hij persoonlijk in Frankrijk geen adequate opvang en medische zorg ontving, en dat overdracht in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel (IVS) ten aanzien van Frankrijk en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een reëel risico op een onmenselijke behandeling. De aangevoerde rapporten en jurisprudentie bieden geen aanleiding dit standpunt te wijzigen. Ook de medische situatie van eiser rechtvaardigt geen uitzondering.
Verder is het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, dat overdracht kan worden geweigerd bij bijzondere individuele omstandigheden, niet geslaagd. De rechtbank vindt de motivering van de minister voldoende en ziet geen bijzondere omstandigheden die overdracht verhinderen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de overdracht aan Frankrijk blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Frankrijk blijft in stand.