ECLI:NL:RBDHA:2023:9567
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening buitenlandse bronheffing bij muziekproducent niet toegestaan
Eiseres, een exploitant van een platenmaatschappij en muziekproductiebedrijf, kreeg navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting opgelegd over de jaren 2012 tot en met 2016. De inspecteur van de Belastingdienst had de verrekening van in het buitenland ingehouden bronbelasting gecorrigeerd, omdat deze belasting niet ten laste van eiseres was ingehouden maar op de artiest zelf. Eiseres stelde dat zij recht had op verrekening van deze bronheffing op grond van artikel 17 van Pro het OESO-modelverdrag en beriep zich daarnaast op het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet kwalificeert als artiest omdat zij niet zelf optreedt maar muziek produceert. Ook was artikel 17, tweede lid, niet van toepassing omdat eiseres niet deelt in de winst van de artiest. De bronbelasting was ingehouden op de artiest en niet op eiseres, waardoor verrekening niet mogelijk was. Het beroep op gewekt vertrouwen werd verworpen omdat onvoldoende aannemelijk was dat de Belastingdienst toezeggingen had gedaan over de verrekening. Het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situaties niet vergelijkbaar waren.
De rechtbank stelde vast dat de inspecteur beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde en dat de belastingrente terecht was berekend. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting worden ongegrond verklaard en de verrekening van buitenlandse bronheffing wordt niet toegestaan.