Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juli 2023 in de zaken tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
,2015/2016 en 2016/2017 aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd waarbij ook belastingrente in rekening is gebracht.
16. Commitment fee
“Op 8 mei 2007 is [bedrijfsnaam 1] een nieuwe Call Account Loan Agreement aangegaan tot een maximum van € 6 miljard met (…). Een kopie van deze overeenkomst heb ik als bijlage bij mijn brief van 16 januari 2009 opgenomen.”
De oude faciliteit
In uw e-mail berichten van 25 juli 2012 heeft u aanvullende vragen gesteld naar aanleiding van mijn brieven van 17 en 19 juli 2012 inzake herfinanciering van een tweetal acquisitieleningen.
1. [ [bedrijfsnaam 1] ]- - de [ [bedrijfsnaam 6] ] Lening
Op 17 juli 2012 heeft u middels een brief (…) verzocht te bevestigen dat de herfinanciering ven de acquisitielening [ [bedrijfsnaam 6] ] in 2012 geen invloed heeft op de aftrekbaarheid van de rente voor wat betreft artikel 10a Wet VPB 1969.
“Naar aanleiding van onze bespreking op 23 september 2016 ontvang ik graag de volgende informatie (ik heb deze informatie niet kunnen afleiden uit jouw brieven over de betreffende aangiften):
Hoe hebben deze feiten de (netto) financieringslasten beïnvloed?”
Artikel 14 van Pro deze vaststellingsovereenkomst luidt:
“Over de boekjaren 2012/2013 t/m 2015/2016 zullen geen andere onderwerpen meer ter discussie worden gesteld door de Belastingdienst (ook niet in bezwaar- en beroepsprocedures) dan de huidige onderwerpen die nog ter discussie staan:
captives (voor de boekjaren 2013/2014 t/m 2015/2016);
De hoogte van de aftrekbare rente en de commitment fees op de betreffende groepsleningen (dat wil zeggen dat de discussie is beperkt tot de ‘at arm’s length pricing’ en de kwalificatie van groepsleningen en verschuldigde rente en commitment fees als vreemd vermogen of eigen vermogen en daarmee geen discussies meer opgebracht worden over de toepassing van artikel 10a Vpb en/of andere aftrek beperkingen.”
Geschil33.In geschil is:
.Dat verweerder de voorgangers van de faciliteiten 1 en 3 van [bedrijfsnaam 1] heeft beoordeeld in het kader van de toepassing van artikel 10a Wet Vpb 1969 en bekend was met de [X] -lening, leidt niet tot een (nadere) onderzoeksplicht van verweerder. Het standpunt van eiseres dat de feiten en omstandigheden van de [X] -lening relevant zijn voor de faciliteiten 1 en 3, omdat die lening wat rente, commitment fee en headroom een vergelijkbare systematiek kent en de omstandigheid dat verweerder bij de [X] -lening kosten heeft gecorrigeerd en verweerder geen aanleiding heeft gezien nader onderzoek te doen naar de faciliteiten 1 en 3, doen daaraan niet af. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerder over dusdanige informatie over de faciliteiten 1 en 3 beschikte, waaruit verweerder moest concluderen dat het onwaarschijnlijk was dat de in de aangiften 2012/2013 en 2013/2014 opgenomen gegevens met betrekking tot de faciliteiten 1 en 3 juist waren.